Zijn reserve wordt grotendeels opgeslagen op de voorhand (hals) en de achterhand. Die achterhand is de eerste indicator waaraan u de toestand van een paard kunt beoordelen (cf. schema). De hals zal erg hard zijn als het paard vet is, en erg soepel als het fit is.

Het is belangrijk, voor u zijn type voeding bepaalt, dat u de activiteit van uw paard beoordeelt. Hoe minder het getraind is, hoe meer zijn voeding uit voedergewassen zal bestaan.

Plotse veranderingen in de voeding zijn niet ideaal, omdat ze schadelijk zijn voor de goede werking van de darmflora van het paard

Paarden hebben een erg trage spijsvertering, die er niet op voorzien is om grote hoeveelheden voeding te verwerken.

De ouderen hebben hun paarden lang een grote hoeveelheid granen, alfalfa, hooi en stro gevoederd.